De vier uitzonderingen op een rij
Het gebruikelijk loon voor een DGA bedraagt in 2026 minimaal €58.000. De wet biedt echter vier situaties waarin een lager loon is toegestaan. In alle gevallen geldt: de bewijslast ligt bij de DGA. Je moet de uitzondering niet alleen claimen, maar ook onderbouwen.
Uitzondering 1: gebruikelijk loon maximaal €5.000
Als het gebruikelijk loon van de DGA — op basis van de meest vergelijkbare dienstbetrekking — wordt vastgesteld op een bedrag van maximaal €5.000, hoeft de DGA helemaal geen loon aan zichzelf toe te kennen. De verplichting tot het uitbetalen van een gebruikelijk loon vervalt dan.
Betaalt de DGA in deze situatie toch loon aan zichzelf, dan moeten over dat loon gewoon loonheffingen worden afgedragen. De uitzondering geldt dus alleen als ook daadwerkelijk geen loon wordt betaald.
Dit doet zich voor bij DGA's met zeer beperkte werkzaamheden of bij een BV die nauwelijks actief is.
Uitzondering 2: vergelijkbare functie heeft lager loon
Kun je aannemelijk maken dat 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan €58.000? Dan geldt dat lagere bedrag als gebruikelijk loon — en hoef je jezelf niet het normbedrag uit te betalen.
Belangrijk: het gaat om 100% van het loon van de vergelijkbare functie, niet om 75%. Als die functie €45.000 waard is, wordt jouw gebruikelijk loon vastgesteld op €45.000.
Michelle Oort is DGA van Oort Grafisch Advies BV. Het loon van de meestverdienende werknemer in haar BV is €64.000. Ze maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met haar functie: een freelance grafisch ontwerper in loondienst, met een marktloon van €40.000. Dat is lager dan €58.000. Haar gebruikelijk loon wordt vastgesteld op €40.000.
Als bewijs heb je nodig: een actueel salarisonderzoek, CAO-schalen of CBS-loondata, een concrete functiebeschrijving en bij voorkeur een arbeidsmarktrapportage. Hoe specifieker de onderbouwing, hoe sterker je staat bij een eventuele controle.
Uitzondering 3: deeltijdwerk (feiten en omstandigheden)
Werkt een DGA in deeltijd? Dan wordt het vaste bedrag van €58.000 niet automatisch naar rato verminderd. Dat is een veelgemaakte fout. De DGA moet aannemelijk maken dat het lagere loon ook daadwerkelijk gebruikelijk is, gelet op de feiten en omstandigheden. De deeltijdfactor kan daarbij wel meewegen.
Concreet: de DGA moet onderbouwen dat de omvang van de werkzaamheden ervoor zorgt dat een lager loon dan €58.000 gebruikelijk is in vergelijkbare functies bij vergelijkbare werkgevers.
Floris van Dam werkt als DGA van Van Dam Digital BV twee dagen per week. Hij maakt aannemelijk dat het loon van de meest vergelijkbare voltijdsfunctie €60.000 is. Zijn gebruikelijk loon wordt vastgesteld op 2/5 van €60.000 = €24.000. De onderbouwing (salarisonderzoek + arbeidsomvang) wordt vastgelegd in het aandeelhoudersbesluit.
Leg de arbeidsomvang altijd formeel vast. Zonder vastlegging houdt de Belastingdienst bij een controle vast aan de voltijdsnorm.
Uitzondering 4: gevaar voor continuïteit onderneming
Als de uitbetaling van het gebruikelijk loon de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt, kan de inspecteur goedkeuren dat een lager loon in aanmerking wordt genomen. Dit geldt bij een structureel verlieslijdende BV die daadwerkelijk niet in staat is het normbedrag te betalen.
Deze uitzondering wordt niet toegekend in de volgende situaties:
- De slechte financiële positie is veroorzaakt door een hoge rekening-courantschuld van de DGA (HR 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7072)
- Er is alleen sprake van een negatief eigen vermogen (HR 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0678)
- De BV heeft tijdelijk tegenvallende resultaten, maar is niet structureel verlieslijdend
Het gebruikelijk loon mag bij continuïteitsgevaar ook lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Dit is bevestigd door Hof Den Haag (2023) en Rechtbank Gelderland (2021). Er moeten dan wel zakelijke redenen zijn en er moet sprake zijn van een structurele verliessituatie.
Thomas Bakker is DGA van Bakker Interim Management BV. Na twee verliesjaren en een lege liquiditeitspositie kan de BV €58.000 niet dragen. Zijn accountant onderbouwt met een jaarrekening en liquiditeitsoverzicht dat de continuïteit in gevaar is. De inspecteur keurt een lager loon goed. Dit wordt vastgelegd en periodiek opnieuw beoordeeld.
Start-ups: apart beleid
Voor start-ups die het gebruikelijk loon niet kunnen betalen vanwege het opstarten van de onderneming, geldt apart beleid in het Handboek loonheffingen. Een start-up mag uitgaan van een lager gebruikelijk loon — ook lager dan het wettelijk minimumloon — maar dit mag maximaal gedurende drie jaar na de start. Daarbij wordt de periode dat de onderneming al als eenmanszaak of voor rekening en risico van een ander werd gedreven, in mindering gebracht.
Het loon mag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon dat hoort bij de werkzaamheden — tenzij de continuïteitsuitzondering ook van toepassing is.
Bewijslast en documentatie
Elke uitzondering staat of valt met de onderbouwing. Bewaar minimaal 7 jaar:
- Salarisonderzoek, CAO-schalen of CBS-loondata ter onderbouwing van een lager marktloon
- Jaarrekening en liquiditeitsoverzicht bij continuïteitsgevaar
- Formele vastlegging van de arbeidsomvang bij deeltijdwerk (aandeelhoudersbesluit of directiebesluit)
- Correspondentie met de Belastingdienst als je vooraf afstemming hebt gezocht
LoonBox legt deze documentatie voor jou vast in het dossier. Plan gratis een kennismakingsgesprek om te bespreken welke uitzondering op jouw situatie van toepassing is.
Wil je weten of jouw situatie kwalificeert voor een uitzondering? Plan een gratis gesprek.