Een loonstrook is meer dan een betalingsbewijs. Het is een wettelijk verplicht document dat bij elke loonbetaling moet worden verstrekt en dat inzicht geeft in hoe het brutoloon is opgebouwd, welke inhoudingen er zijn gedaan en hoeveel er netto wordt uitbetaald. Zowel werknemers als werkgevers doen er goed aan de loonstrook te begrijpen.
Verplichte vermeldingen
Op grond van artikel 7:626 van het Burgerlijk Wetboek moet een loonstrook een aantal gegevens bevatten. Ontbreken die, dan is de werkgever in overtreding. De wet verplicht in elk geval de naam en het adres van zowel werkgever als werknemer, het tijdvak waarover het loon wordt betaald, het overeengekomen of gewerkte aantal uren, het brutoloon uitgesplitst per component, alle inhoudingen afzonderlijk en het netto uit te betalen bedrag. Ook het BSN van de werknemer moet op de loonstrook vermeld zijn, omdat de Belastingdienst dit nodig heeft voor de verwerking van de loonaangifte.
De loonstrook hoeft niet op papier. Digitaal mag ook, mits de werknemer er kennis van kan nemen en de loonstrook kan opslaan of afdrukken.
Brutoloon: wat telt mee?
Het brutoloon is het uitgangspunt van de loonstrook en omvat meer dan alleen het basissalaris. Alles wat de werknemer verdient vóór inhoudingen, telt mee. Naast het vaste maandsalaris kunnen dat zijn: toeslagen voor onregelmatige werktijden, overwerkvergoeding, een provisie of variabele beloning en de uitbetaling of opbouw van vakantiegeld. Onkostenvergoedingen die fiscaal onbelast zijn, zoals een vaste reiskostenvergoeding tot de wettelijke grens, staan wel op de loonstrook maar tellen niet mee als belastbaar loon.
Loonheffing en loonheffingskorting
De grootste inhouding op de loonstrook is de loonheffing. Dit is een gecombineerde inhouding van loonbelasting en premies volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). De werkgever houdt dit bedrag in op het brutoloon en draagt het af aan de Belastingdienst. De hoogte hangt af van het inkomen en de toepasselijke belastingschijf.
Vrijwel iedere werknemer heeft recht op loonheffingskorting: een korting op de te betalen loonheffing. Die bestaat uit de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. De werknemer vraagt dit bij indiensttreding aan via het formulier Opgaaf gegevens voor de loonheffingen. De korting wordt dan maandelijks verrekend in de inhouding, wat resulteert in een lager in te houden bedrag.
Heeft een werknemer meerdere banen, dan mag de loonheffingskorting maar bij één werkgever worden toegepast. Past de werknemer de korting bij twee werkgevers toe, dan wordt er te weinig belasting ingehouden en volgt er bij de aangifte inkomstenbelasting een naheffing.
Pensioenpremie en vakantiegeld
Als er een pensioenregeling van toepassing is, wordt op de loonstrook het werknemersdeel van de pensioenpremie als inhouding getoond. Dit bedrag wordt door de werkgever ingehouden en samen met het werkgeversdeel afgedragen aan de pensioenuitvoerder. Het werkgeversdeel staat niet als inhouding op de loonstrook van de werknemer, maar maakt wel deel uit van de totale loonkosten voor de werkgever.
Het vakantiegeld van minimaal 8% van het brutoloon wordt op twee manieren verwerkt. In de meest voorkomende situatie wordt het maandelijks gereserveerd en zichtbaar als opbouw op de loonstrook, en eenmaal per jaar uitbetaald, doorgaans in mei of juni. In sommige cao's of contracten wordt het direct maandelijks uitbetaald samen met het salaris. In dat geval is het vakantiegeld onderdeel van het brutoloon in elke periode.
Van bruto naar netto
Het nettoloon is wat er daadwerkelijk op de rekening van de werknemer wordt bijgeschreven. Het is het brutoloon minus de loonheffing, minus het werknemersdeel van de pensioenpremie, plus eventuele onbelaste vergoedingen die wel worden uitbetaald maar niet belast zijn.
| Post | Voorbeeld bij €3.500 bruto |
|---|---|
| Brutoloon | € 3.500,00 |
| Loonheffing (na kortingen) | − € 780,00 |
| Pensioenpremie werknemer (3%) | − € 105,00 |
| Netto uitbetaling | € 2.615,00 |
Dit is een indicatief voorbeeld. De werkelijke loonheffing hangt af van de persoonlijke situatie van de werknemer: de hoogte van de heffingskortingen, eventueel andere inkomsten en de toepasselijke tariefschijf. De salarisadministratie berekent dit automatisch op basis van de actuele tabellen van de Belastingdienst.
Wat staat er niet op de loonstrook?
Een misverstand dat vaak voorkomt: de werkgeverslasten staan niet op de loonstrook van de werknemer. De werkgever betaalt bovenop het brutoloon nog WW-premie, de Zvw-werkgeversheffing en het werkgeversdeel van de pensioenpremie. Die kosten zijn volledig voor rekening van de werkgever en worden niet zichtbaar op de loonstrook van de medewerker. Wil je als werkgever weten wat een medewerker je totaal kost, lees dan het artikel over de totale loonkosten in 2026.
Fout op de loonstrook: wat nu?
Fouten op een loonstrook komen voor: een verkeerd uurloon, een vergeten toeslag of een onjuiste inhouding. Meld de fout zo snel mogelijk bij de werkgever of de salarisadministrateur. Een correctie wordt doorgevoerd in de loonaangifte van de eerstvolgende periode via een salariswijziging. Fouten die niet tijdig worden gecorrigeerd kunnen fiscale gevolgen hebben, voor zowel werkgever als werknemer.
Werknemers doen er goed aan loonstroken minimaal vijf jaar te bewaren. Dat is de termijn die de Belastingdienst hanteert bij een eventuele controle van de aangifte inkomstenbelasting.
Veelgestelde vragen
Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en niet als fiscaal of juridisch advies. Wet- en regelgeving kan wijzigen. Raadpleeg altijd een specialist voor jouw specifieke situatie.
Vragen over loonstroken of de salarisadministratie? Neem contact op.