Ga naar hoofdinhoud
Loonkosten

Wat kost een medewerker echt in 2026?

Brutoloon is slechts het begin. Werkgeverslasten, vakantiegeld en pensioen drijven de totale kosten al snel 20 tot 30 procent hoger. Dit artikel zet alles op een rij met een concreet rekenvoorbeeld voor 2026.

8 min leestijd
|
Juni 2026
EK
Ertug Kosmaci RB
Registerbelastingadviseur & eigenaar LoonBox

Je spreekt een salaris af van €3.500 bruto per maand. Maar wat je als werkgever daadwerkelijk uitgeeft, ligt een stuk hoger. Naast het brutoloon betaal je premies voor de werknemersverzekeringen, een bijdrage voor de zorgverzekeringswet, vakantiegeld en in veel gevallen ook een pensioenbijdrage. Wie deze posten niet van tevoren doorrekent, komt vroeg of laat voor verrassingen te staan. Dit artikel geeft een volledig en eerlijk overzicht van alle loonkosten in 2026.

Meer dan alleen brutoloon

Het brutoloon is het bedrag dat je met je medewerker overeenkomt en dat op de loonstrook staat. Maar als werkgever betaal je daar bovenop een reeks verplichte afdrachten die niet zichtbaar zijn op de loonstrook van de medewerker. Deze werkgeverslasten vormen samen met het brutoloon de werkelijke loonkosten.

Globaal geldt: een medewerker kost je als werkgever 120 tot 135 procent van het brutoloon, exclusief pensioen. Met een pensioenregeling loopt dat op tot 130 tot 145 procent, afhankelijk van de pensioenafspraak en de sector. Voor een salaris van €3.500 bruto betekent dat een werkelijke maandlast van €4.100 tot €5.000.

Kortom: een medewerker die €3.500 bruto verdient, kost jou als werkgever geen €3.500, maar €4.100 tot €4.200 per maand exclusief pensioen. Met een pensioenregeling kan dat €4.500 of meer zijn.

Werknemersverzekeringen: wat betaalt de werkgever?

De werknemersverzekeringen beschermen medewerkers bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid. De premies hiervoor worden in Nederland volledig door de werkgever betaald, dus niet ingehouden op het loon van de medewerker. De drie belangrijkste premies zijn:

WW-premie (Werkloosheidswet)

Voor medewerkers met een vast contract met een vaste arbeidsomvang betaal je het lage WW-tarief van 2,74% in 2026. Voor tijdelijke contracten, oproepcontracten en andere flexibele vormen geldt het hoge tarief van 7,74%. Het verschil is fors en maakt vaste contracten voor werkgevers goedkoper dan veel mensen denken. Let op: als een medewerker met een laag tarief in de eerste twee jaar van zijn contract meer dan 30% meer uren werkt dan contractueel vastgelegd, moet je met terugwerkende kracht het hoge tarief betalen.

WIA-premie (arbeidsongeschiktheid)

De WIA-premie dekt het risico op langdurige arbeidsongeschiktheid. De hoogte varieert sterk per sector en per werkgever, afhankelijk van de schadehistorie en of je eigenrisicodrager bent. Voor kleine werkgevers geldt doorgaans de sectorale premie, die in de meeste sectoren ligt tussen de 0,5% en 2%. Grote werkgevers betalen een gedifferentieerde premie op basis van hun eigen ziektekosten. Vraag je salarisburo of belastingadviseur naar het tarief voor jouw sector.

ZW-premie (Ziektewet, vangnet)

De ZW-premie geldt specifiek voor tijdelijke krachten die ziek worden na het einde van hun contract. Voor vaste medewerkers speelt dit minder een rol. Ook hier geldt een sectorale premie die per bedrijfstak verschilt.

Wil je weten wat jouw specifieke situatie kost?Neem contact op en we rekenen het samen door.
Neem contact op →

Zvw-werkgeversheffing

Naast de werknemersverzekeringen betaal je als werkgever ook een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Dit is de Zvw-werkgeversheffing van 6,10% in 2026, berekend over het bijdrageplichtige loon. Er geldt een maximumbijdrage-inkomen van €79.409 per jaar; over loon daarboven betaal je geen Zvw-heffing meer.

De Zvw-werkgeversheffing staat apart van de zorgpremie die de medewerker zelf betaalt aan zijn zorgverzekeraar. Die twee bedragen staan volledig los van elkaar. De werkgever draagt de 6,10% af via de maandelijkse loonaangifte.

Vakantiegeld: de vergeten post

Elke medewerker heeft wettelijk recht op minimaal 8% vakantiegeld over het brutoloon. In de praktijk betalen de meeste werkgevers dat in mei uit als een dertiende maand, maar je bent verplicht het gedurende het jaar te reserveren.

Veel werkgevers vergeten vakantiegeld mee te rekenen bij een salarisonderhandeling, waardoor het salaris later duurder uitvalt dan gedacht. Sommige cao's verplichten een hoger percentage dan de wettelijke 8%. Check altijd de toepasselijke cao voordat je een salaris afspreekt.

Pensioen: de grootste variabele

Pensioenbijdragen variëren het meest tussen werkgevers. Sommige sectoren hebben een verplicht bedrijfstakpensioenfonds (zoals de bouw of de zorg), waarbij de werkgever 10 tot 20 procent van de pensioengrondslag betaalt. Andere sectoren kennen geen verplicht pensioen en laat je de keuze of je een regeling aanbiedt.

De pensioengrondslag is het deel van het loon waarover pensioen wordt opgebouwd: dat is het brutoloon min de zogeheten franchise (een drempel die voor 2026 rond de €17.500 ligt). Over het bedrag daarboven betaalt de werkgever doorgaans 10 tot 20 procent werkgeversbijdrage, afhankelijk van het pensioenfonds of de verzekeraar.

Voor een medewerker van €3.500 bruto/maand met een franchise van €17.500/jaar geldt een pensioengrondslag van (€42.000 - €17.500) = €24.500/jaar. Bij een werkgeversbijdrage van 15% kost dat €3.675 per jaar extra, ofwel €306 per maand.

Rekenvoorbeeld: medewerker van €3.500 bruto

Hieronder een concreet overzicht voor een medewerker met een vast contract en een brutoloon van €3.500 per maand in 2026. Pensioen staat apart vermeld omdat het sterk varieert per sector.

KostenpostPercentagePer maand
Brutoloon€ 3.500,00
Vakantiegeld (reservering)8,00%€ 280,00
WW-premie (laag tarief, vast contract)2,74%€ 95,90
Zvw-werkgeversheffing6,10%€ 213,50
WIA/WGA-premie (indicatief)~1,00%€ 35,00
Totaal excl. pensioen€ 4.124,40

Met een gemiddelde pensioenbijdrage van 15% over de pensioengrondslag komen daar nog circa € 306 per maand bij. Totale loonkosten inclusief pensioen: circa € 4.430 per maand, ofwel ruim 26% boven het brutoloon.

Op jaarbasis kost deze medewerker exclusief pensioen circa € 49.500 en inclusief een gemiddelde pensioenregeling circa € 53.200. Dat is €11.200 meer dan het jaarloon van €42.000.

Kosten die werkgevers vergeten

Naast de vaste loonkosten zijn er posten die minder zichtbaar zijn maar wel degelijk meetellen:

Reiskostenvergoeding

Je bent niet verplicht een reiskostenvergoeding te betalen, maar in de praktijk is het bijna altijd onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. De belastingvrije kilometervergoeding bedraagt in 2026 € 0,25 per kilometer. Bij een woon-werkafstand van 25 kilometer is dat circa €2.675 per jaar belastingvrij bovenop het loon.

Thuiswerkvergoeding

Voor thuiswerkdagen mag je maximaal €2,45 per dag belastingvrij vergoeden als thuiswerkvergoeding. Bij twee thuiswerkdagen per week is dat circa €499 per jaar. Niet verplicht, maar in de arbeidsmarkt van 2026 vrijwel standaard.

Ziekteverzuim

Bij ziekte ben je verplicht het loon minimaal 70% door te betalen gedurende maximaal twee jaar. In het eerste ziektejaar betaal je in de meeste cao's 100%. Dat risico draag je zelf, tenzij je een verzuimverzekering afsluit. De premie voor een verzuimverzekering ligt doorgaans tussen 1% en 3% van de loonsom. Bij een medewerker van €3.500 bruto is dat €420 tot €1.260 per jaar extra.

Werkplek en gereedschap

Laptop, telefoon, werkkleding en een bureauopstelling zijn eenmalige kosten die je niet over het hoofd moet zien bij de aanname van een nieuwe medewerker. Voor kenniswerkers ligt de initiële investering doorgaans tussen €1.000 en €2.500.

Wil je jouw loonkosten laten doorrekenen?LoonBox maakt een volledig overzicht voor jouw situatie.
Neem contact op →

Veelgestelde vragen

Exclusief pensioen betaal je als werkgever circa €4.100 tot €4.200 per maand. Dat is het brutoloon plus vakantiegeld (8%), WW-premie (2,74% laag tarief), Zvw-werkgeversheffing (6,10%) en WIA/WGA-premie (afhankelijk van sector). Met een pensioenregeling loopt dat op tot €4.400 of meer.
Werkgeverslasten zijn alle kosten die je als werkgever betaalt bovenop het brutoloon: premies voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW), de Zvw-werkgeversheffing, vakantiegeld en eventueel pensioenbijdrage. Deze kosten komen niet terug op de loonstrook van de medewerker.
Nee. De premies voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW) worden in Nederland volledig door de werkgever betaald. De werknemer betaalt inkomstenbelasting en een nominale zorgpremie aan zijn verzekeraar, maar de sociale verzekeringspremies komen niet van zijn nettoloon af.
Ja. Elke werknemer heeft wettelijk recht op minimaal 8% vakantiegeld over het brutoloon. In de meeste cao's wordt dit in mei uitbetaald. Je bent verplicht het gedurende het jaar te reserveren. Sommige cao's schrijven een hoger percentage voor.
Bij een vast contract betaal je het lage WW-tarief van 2,74%. Bij een tijdelijk of oproepcontract betaal je het hoge tarief van 7,74%. Dat verschil van 5 procentpunt kost bij een salaris van €3.500 per maand circa €175 extra per maand. Vaste contracten zijn voor werkgevers daarmee goedkoper dan tijdelijke, wat veel mensen niet beseffen.

Wil je een volledig kostenoverzicht voor jouw situatie? Neem contact op en we rekenen het samen door.

Laten we rustig kennismaken

Plan een open gesprek van een kwartier. Samen kijken we wat er speelt en waar jouw bedrijf behoefte aan heeft. Zodat je daarna precies weet waar je aan toe bent.

Salaris dat gewoon klopt
Gratis kennismaking Reactie binnen 1 werkdag